Zoek uw papiertje
Belasting & vermogen

Box 3 in 2026: zo wordt belasting over spaargeld en beleggingen berekend

In het kort

De Belastingdienst rekent in Box 3 met een vast rendement op uw bezittingen op 1 januari. Lees welke bedragen in 2026 gelden en hoe de berekening in zes stappen werkt.

Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting voor sparen en beleggen. U betaalt geen belasting over uw hele banksaldo, maar over een berekend rendement. Hieronder leest u welke bezittingen en schulden meetellen, met welke percentages de Belastingdienst over 2026 rekent en hoe u de uitkomst narekent.

Wat telt mee in Box 3?

De Belastingdienst kijkt naar de waarde van uw bezittingen en schulden op 1 januari 2026. Wat u later in het jaar spaart of uitgeeft, verandert de berekening over 2026 niet.

SoortVoorbeeldenPercentage 2026
BanktegoedenBetaalrekening, spaarrekening en deposito1,28% (voorlopig)
Beleggingen en andere bezittingenAandelen, obligaties, crypto en een tweede woning6,00%
SchuldenBijvoorbeeld een studieschuld of consumptief krediet, niet de hypotheek van uw eigen woning2,70% (voorlopig)

Schulden tellen alleen mee voor het deel boven de schuldendrempel van € 3.800 per persoon. Fiscale partners hebben samen een drempel van € 7.600. De percentages voor banktegoeden en schulden zijn voorlopig. De definitieve percentages volgen begin 2027.

De berekening in zes stappen

  1. Bereken het rendement: tel 1,28% van uw banktegoeden en 6,00% van uw beleggingen op. Trek daar 2,70% af van de schulden boven de drempel.
  2. Bereken de rendementsgrondslag: uw bezittingen min de schulden boven de drempel.
  3. Trek het heffingsvrij vermogen af: € 59.357 per persoon, of € 118.714 samen met een fiscale partner. Wat overblijft, heet de grondslag sparen en beleggen.
  4. Bereken welk deel van de rendementsgrondslag boven de vrijstelling ligt.
  5. Vermenigvuldig het rendement uit stap 1 met dat deel. Dat is uw box 3-inkomen.
  6. Betaal 36% belasting over dat box 3-inkomen.

Rekenvoorbeeld: € 100.000 spaargeld en € 20.000 aan aandelen

Iemand zonder fiscale partner heeft op 1 januari 2026 € 100.000 spaargeld, € 20.000 aan aandelen en € 10.000 studieschuld. Van de schuld telt € 6.200 mee: het deel boven € 3.800.

StapBedrag
Rendement: € 1.280 + € 1.200 - € 167,40€ 2.312,60
Rendementsgrondslag: € 120.000 - € 6.200€ 113.800
Boven de vrijstelling: € 113.800 - € 59.357€ 54.443 (47,8%)
Box 3-inkomen: 47,8% van € 2.312,60€ 1.106,37
Belasting: 36%€ 398,29

Op uw aanslag kan de Belastingdienst bedragen afronden. Het voorbeeld laat zien hoe de stappen samenhangen; het is geen voorspelling van uw eigen aanslag.

Was uw echte rendement lager?

Het percentage in de berekening is een vast rendement, geen rente die u echt ontving. Was uw werkelijke rendement lager? Dan kunt u dat onder voorwaarden aan de Belastingdienst laten zien. Bij die berekening geldt geen heffingsvrij vermogen. Lees de voorwaarden bij de Belastingdienst voordat u dit doet.

Wat verandert er mogelijk vanaf 2027?

Lees de volledige berekening over 2026 bij de Belastingdienst.

Bronnen en verder lezen

Over deze gids

De makers van Papiertjes.nl beheren de kennisbank samen en gebruiken AI als hulpmiddel om teksten te schrijven en duidelijk in te delen. Papiertjes.nl is verantwoordelijk voor deze pagina.

Laatst bijgewerkt op