Heeft uw kind op de basisschool of middelbare school meer hulp nodig, begin dan bij de leerkracht, mentor of ondersteuningscoördinator. Beschrijf wat niet lukt, wat al is geprobeerd en welke verandering nodig lijkt. De Inspectie van het Onderwijs noemt extra begeleiding, tijd en hulpmiddelen als mogelijke vormen van ondersteuning. Welke hulp passend is, vraagt beoordeling van de eigen situatie.
Maak de hulpvraag concreet met situaties uit de schooldag en bespreek hoe uw kind kan meepraten over de ondersteuning.
Kies een herkenbaar moment in de les
Fictief: uw kind begrijpt de opdracht tijdens individuele uitleg, maar raakt de stappen kwijt bij een lange klassikale instructie. Vraag hoe de school kan onderzoeken of een kort stappenoverzicht helpt. Noteer wanneer het probleem optreedt en wat de leerkracht ziet. Vraag niet alleen om “meer aandacht”: maak duidelijk welk obstakel het volgen van onderwijs belemmert.
Vraag naar het plan en de stem van uw kind
Bij extra ondersteuning legt de school hulp vast in een ontwikkelingsperspectief, het opp. Leerlingen met zo’n plan hebben sinds 1 augustus 2025 hoorrecht: zij mogen meepraten en krijgen passende hulp om hun mening te geven. Vraag hoe de school de reactie van uw kind meeneemt. Dit geldt ook voor jonge kinderen en kinderen met een beperking, niet alleen mondige tieners.
Spreek af waaraan u verbetering herkent
Bekijk het ondersteuningsaanbod in de schoolgids. Leg afgesproken hulp, verantwoordelijke en evaluatiemoment vast. In het voorbeeld kunt u bespreken of uw kind met het stappenoverzicht vaker zelfstandig start. Deel relevante informatie gericht en vraag uitleg bij afwijzing of uitblijven van hulp. Blijft de ondersteuning onduidelijk of onvoldoende, gebruik de schoolroute en vraag passende onafhankelijke ondersteuning.
