U spaart voor een huis, een buffer of later. Dan komt het nieuws dat de belasting op dat geld mogelijk verandert. Rond Box 3 is eind september opnieuw veel discussie ontstaan. Welke bedragen gaan rond, en wat betekenen ze eigenlijk?
Eerst even: wat is Box 3?
Box 3 is het onderdeel van de inkomstenbelasting voor sparen en beleggen. In 2026 is het heffingsvrij vermogen € 59.357 per persoon. U betaalt geen belasting over uw hele banksaldo, maar over een berekend rendement. Hoe die berekening werkt, leest u in onze uitleg over Box 3 in 2026.
Bron: Belastingdienst: heffingsvrij vermogen en werkelijk rendement · Rijksoverheid: inkomstenbelasting en Box 3 in 2026
Wat stelde het kabinet op 29 september voor?
De Kamerbrief bevat drie veranderingen voor Box 3:
- Vanaf 2027: het heffingsvrij vermogen verlagen naar € 30.846 per persoon. Ook wil het kabinet het forfait voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt verhogen. Dat forfait is een vast percentage waarmee rendement wordt berekend.
- Vanaf 2028: een heffingsvrij resultaat van € 1.000 per persoon. Dit gaat over jaarlijks rendement, niet over hoeveel vermogen u bezit.
- Vanaf 2028: waardestijgingen van financiële beleggingen, zoals aandelen en obligaties, bij verkoop belasten. Rente en dividend blijven ook belastbare inkomsten. Het is dus geen voorstel om alle belasting uit te stellen tot u verkoopt.
Bron: Tweede Kamer: voorstellen op Box 3, koopkracht en sociale zekerheid (29 september 2026)
Waarom raakt dit ook mensen met een spaarbuffer?
Een lagere vermogensvrijstelling raakt eerder mensen die nu onder de grens zitten. Tegelijk kan belasting bij verkoop beleggers ruimte geven om winst langer te laten doorwerken. Die combinatie verklaart de discussie over wie van de plannen profiteert en wie meer betaalt. Dat is een gevolg van de voorgestelde opzet; de uitkomst verschilt per situatie.
Voorbeeld: u heeft € 40.000 spaargeld, geen fiscale partner, geen schulden en geen andere Box 3-bezittingen. Dat bedrag blijft onder de gewone vrijstelling van 2026. Bij de voorgestelde grens voor 2027 zou € 9.154 erboven liggen. Dat is het verschil in vermogen, niet de belasting die u zou betalen.
Bron: Belastingdienst: heffingsvrij vermogen en werkelijk rendement · Tweede Kamer: voorstellen op Box 3, koopkracht en sociale zekerheid (29 september 2026)
€ 30.846 en € 1.000 zijn verschillende soorten vrijstelling
Een vermogensvrijstelling gaat over wat u bezit. Een resultaatvrijstelling gaat over wat dat bezit in een jaar oplevert. U kunt de bedragen dus niet rechtstreeks vergelijken.
Rekenvoorbeeld: € 50.000 spaargeld met 2% rente levert in een jaar € 1.000 op. Met 3% rente levert hetzelfde spaargeld € 1.500 op. Een vrijstelling van jaarlijks resultaat betekent daardoor geen vaste vrijstelling van uw banksaldo. Dit voorbeeld veronderstelt alleen spaargeld; andere inkomsten, bezittingen en de uiteindelijke wettelijke regels kunnen de uitkomst veranderen.
Wat kunt u nu alvast op een rij zetten?
Maak uw situatie overzichtelijk voordat u conclusies trekt uit een nieuwsbericht. Dit helpt u straks bij uw aangifte of bij een gesprek met een belastingadviseur:
- Bewaar jaaroverzichten van uw banken en beleggingen, met ontvangen rente en dividend.
- Noteer welk belastingjaar bij een brief of aanslag hoort. Een plan voor 2028 zegt niets over de berekening voor 2026.
- Maak onderscheid tussen spaargeld, beleggingen en andere bezittingen. Eén bedrag uit het nieuws verklaart uw totale situatie niet.
- Controleer nieuwe informatie bij de Belastingdienst en volg de behandeling van het wetsvoorstel.
Heeft u al een Box 3-aanslag?
De nieuwe plannen staan los van het doorgeven van uw werkelijke rendement over eerdere jaren. Bij die bestaande regeling geldt geen heffingsvrij vermogen in de berekening van het werkelijke rendement. Gebruik daarvoor de uitleg van de Belastingdienst en de informatie bij uw eigen aanslag.
Dit artikel geeft algemene uitleg bij het nieuws. Voor een beslissing over uw eigen aangifte, beleggingen of bezwaar heeft u de regels voor het juiste belastingjaar en uw persoonlijke gegevens nodig.
Bron: Belastingdienst: heffingsvrij vermogen en werkelijk rendement

