Bij een klacht over vrijwillige jeugdhulp helpt het als de aanbieder kan zien welke informatie u zelf waarnam en welke u van uw kind kreeg. Beschrijf beide met respect voor uw kind en vraag gericht onderzoek. Bij acuut gevaar gebruikt u meteen de passende veiligheidsroute. Een vraag over afgewezen hulp door de gemeente hoort bij een andere besluitroute.
Houd eigen waarneming en het verhaal van uw kind herkenbaar apart.
Stel de onderzoeksvraag vóór het oordeel
Noteer de hulpafspraak, datum en wat u wilt laten onderzoeken. Geef letterlijk alleen woorden weer die u werkelijk weet; vermeld bij een samenvatting dat het uw weergave is. Vraag welke afstemming voor veilige voortzetting nodig is. Rijksoverheid noemt de klachtencommissie van de instelling en ondersteuning door een onafhankelijke vertrouwenspersoon via Jeugdstem. Een gesprek kan helpen, maar is geen vervanging van iedere beschikbare klachtenroute.
Voorbeeld: ouder aanwezig bij overdracht, niet bij gesprek
Fictief: uw negenjarige kind vertelt dat een afgesproken onderwerp niet is besproken. U was bij het ophalen aanwezig en zag dat geen overdracht plaatsvond, maar was niet bij het hulpgesprek. U beschrijft het ontbrekende overdrachtsmoment als eigen waarneming en het niet besproken onderwerp als mededeling van uw kind. U vraagt welke begeleiding werkelijk is gegeven en hoe de volgende afstemming wordt geregeld. Daarmee stelt u niet zonder onderzoek vast wat tijdens het gesprek gebeurde.
Vraag steun en een duidelijk antwoord
Controleer wie uw klacht behandelt en welke informatie nodig is. Vraag zo nodig een vertrouwenspersoon om mee te denken of mee te gaan. Bewaar de reactie en vraag naar de commissieprocedure als u daarmee wilt doorgaan. Laat gegevens van andere jeugdigen buiten uw dossier en neem geen beëindiging van de hulp aan op basis van uw klacht alleen.
