Een rookbeleid moet laten zien waar niet gerookt of gevapet mag worden en wie bij overtredingen optreedt. Loop daarom het terrein en de werkruimtes door voordat u alleen een bord bij de hoofdingang ophangt. Denk aan gedeelde gangen, de zijdeur, leveranciers en voertuigen die medewerkers voor hun werk gebruiken.
Een verbod op papier is onvoldoende. Maak plekken, vapen en aanspreken herkenbaar voor medewerkers en bezoekers.
Maak geen uitzondering voor een vape of leeg kantoor
Volgens de NVWA geldt het rookverbod in werkgebouwen ook voor vapes, met of zonder nicotine. Ook bedrijfsvoertuigen vallen onder het verbod. Een rookruimte binnen een gebouw waar het verbod geldt is geen oplossing. Het verbod houdt niet op zodra collega’s naar huis zijn. Benoem deze punten expliciet, zodat een bezoeker of avonddienst geen eigen uitzondering hoeft te bedenken.
Voorbeeld: de rookplek naast de personeelsingang
Fictief: medewerkers roken onder een afdak bij de personeelsdeur. Bij iedere deuropening trekt rook de gang in en bezorgers moeten erdoorheen lopen. Een bord “rookplek” maakt deze plaats niet geschikt. Controleer de NVWA-voorwaarden voor een eventuele buitenplek en de regels voor uw soort terrein. Spreek een andere toegestane inrichting af of maak het terrein rookvrij; verschuif het probleem niet naar de volgende deur.
Regel aanspreken zonder discussie over de persoon
Bepaal wie bezoekers informeert en hoe een medewerker herhaalde overtredingen meldt. Oefen een korte uitleg van de geldende regel en de toegestane vervolgstap. Neem de afspraak mee bij introductie en leveranciersinstructies. Controleer later of deuren, looproutes en werkauto’s werkelijk rookvrij blijven. Bied ondersteuning bij stoppen afzonderlijk aan; leg geen medische gegevens vast in een overtredingenlijst.
